Ds. René van der Rijst, 10 mei 2018

Handelingen 1:1-11

Uit uw hemel zonder grenzen komt Gij tastend aan het licht…
Een prachtige regel. Omdat ze ons op het verkeerde been zet, te denken geeft.
Immers, in onze beleving is de hemel niet ‘zonder grenzen’, maar juist de laatste grens, een grens die je maar één keer over kunt. En dat niet vanuit de hemel naar de aarde, maar omgekeerd, van de aarde naar de hemel. En daar is voor ons gevoel ook het licht, hopen we, licht dat nooit meer dooft.
Uit uw hemel zonder grenzen…
Dat is het verhaal van Hemelvaart. Van de leerlingen die naar de hemel staren, en op de aarde gewezen worden. Alsof je, op weg naar de hemel, op weg naar God, hem halverwege tegenkomt en hij vraagt ‘waar ga je heen? Als je mij zoekt, ik ben op aarde.’
Meer dan voor ons raken voor het bijbelse levensbesef hemel en aarde elkaar. Alsof je van een berg zomaar over kunt stappen op een wolk en verder kunt wandelen naar de hemel, als op een stairway to heaven. Als Henoch die wandelde met God. Als Mozes en Elia, die het hogerop zochten. En die tegelijk, volgens de joodse traditie, niet dood zijn, maar her en der onder ons leven – alsof je ook de omgekeerde weg kunt gaan, vanuit de hemel naar de aarde, waar zij voortleven in wet en profeten.
Zo is ook Jezus niet voorgoed weg, maar midden onder ons. Hier in ons midden, niet ooit aan het einde der tijden, maar nu, vandaag, hier waar wij in zijn naam bijeen zijn.
De hemel, dat is niet ooit en later, ver weg, de hemel is hier onder ons. Op die plaatsen, die momenten dat wij iets van de hemel ervaren. Momenten van eeuwigheid, waarin je de tijd vergeet, waarvan je denkt ‘dit mag wel eeuwig duren’. Alleen, op het moment dat je dat denkt, is het meestal alweer voorbij.
U kent ze, hoop ik, ervaringen van de hemel op aarde. Of van mensen die op uw pad komen alsof ze door de hemel gezonden zijn. Misschien bent u zelf ooit zo’n engel geweest.
De hemel is door God in de mensen gelegd. In ons verborgen, bij de één wat dieper dan bij de ander, de hemel als een plek waar je je terug kunt trekken, tot rust kunt komen. De hemel als een plek in je zelf, waar je vol vertrouwen bent, waar Gods liefde stroomt. Waar je gekend weet en geliefd. Als je de tijd neemt.
De hemel – dat zijn de mensen die hier niet meer zijn, maar in gedachten en herinneringen met ons mee leven, ons bij blijven.

En ja, ook de hel is niet iets van later en laten we hopen van niet, maar soms hier en nu. Zichtbaarder dan de hemel. Voor de hel hoef je het journaal maar aan te zetten en er zijn mensen voor wie die hel een eeuwigheid lijkt te duren. Als de hemel is, dat je de tijd vergeet en dat je zou willen dat het eeuwig duurt, dan is de hel, dat iedere minuut eindeloos lijkt te duren en de tijd maar niet voorbij gaat.
We kunnen voor elkaar ook de hel zijn. Elkaar het leven tot een hel maken.
En ook de hel is een plek in ons. De plek van nachtmerries, waar we ontevreden over ons zelf zijn, waar de ‘aanklager’ zetelt, de Satan, die ons voorhoudt dat je niet goed genoeg bent, niet deugt. Dat is de rol van de duivel: aanklagen, je steeds maar weer op je fouten verwijzen – zodat je op het laatst niet meer kunt geloven, geloven dat je er zijn mag, dat de hemel je liefheeft.
We hebben de hel en de duivel afgeschaft, zelfs de paus heeft onlangs gezegd, dat de hel niet bestaat. Dat God ons zijn hemel gunt en niemand de hel toewenst, dat mag ik graag geloven. En dan niet later en ooit, maar nu vast en eens voorgoed. Kardinaal Eijk overigens lijkt te geloven, dat er alleen Katholieken in de hemel zijn.
De hel en de duivel mogen dan afgeschaft zijn, her en der hebben we de duivel niet meer nodig om het leven voor elkaar tot een hel te maken.
Maar zo is het niet bedoeld. Ik lees het verhaal van Hemelvaart als een soort geloofsbelijdenis. Een geloofsbelijdenis van God. Alsof hij zeggen wil: ik heb alle vertrouwen in jullie. Ga, tot aan de einden der aarde. En waar jullie zijn, waar jullie getuigen van mijn Koninkrijk, van mijn liefde voor mensen, al is het in de hel, daar ben ik, uit mijn hemel zonder grenzen kom ik daar tastend aan het licht.